Rubriek Weetjes

In de rubriek “Weetjes” verschijnt iedere 3 maanden een interessante wetenswaardigheid over Paleis Het Loo of het Koninklijk Huis. Deze Weetjes worden exclusief voor onze stichting geschreven door mevrouw drs. M.E. (Marieke) Spliethoff, oud-conservator van Paleis Het Loo.

De eerdere Weetjes van de heer dr. P.H. (Paul) Rem, conservator bij Paleis Het Loo, blijven zichtbaar zodat u ze nog kunt nalezen.

Laatste Weetje - april 2022

Marieke Spliethoff

Weetje

Bloemenpracht op Het Loo

Nu het vernieuwde Paleis Het Loo op 15 april 2022 weer opengaat, is het tijd voor een feestelijk gebaar. Wat kan ik in mijn positie beter doen dan het paleis een bloemenhulde brengen in de vorm van een blog over bloemstillevens?

Het Loo is gebouwd als jachtslot, een buiten verblijf, en het is dan ook niet verwonderlijk dat bloemen een belangrijke rol spelen in de decoratie van het paleis. Bloemen zijn overal, in de beschilderde plafonds, in de wandschilderingen van de staatsietrap, in de bovendeurstukken en zelfs in het geweven damast van de wandbespanningen. De ‘binnenhuisarchitect’ van Het Loo was Daniel Marot (1664-1752), een protestantse Fransman, die in 1685, toen de vrijheden voor protestanten door Lodewijk XIV werden ingeperkt, zijn land verliet en zich in de Nederlanden vestigde. Zo zorgde hij, evenals talloze andere gevluchte ‘Hugenoten’ overigens, voor de verbreiding van de Franse hofstijl over Europa.

Nieuw in de schilderkunst uit het laatste kwart van de 17de eeuw was dat het realisme en het alledaagse uit de voorgaande periode plaats had gemaakt voor een ideale wereld die op de klassieke oudheid was geïnspireerd. Weg waren de boertige types in de herbergen, de ruige landschappen met dood hout en de fraaie bloemstukken die altijd wel een verwelkende bloem of blad, of zelfs een afgeknipte stengel bevatten. Nog maar zelden bevatten de schilderijen een opgeheven vingertje, dat vermanend verwees naar de eindigheid van het aardse leven. Waren het aanvankelijk kunstenaars uit Frankrijk of de Zuidelijke Nederlanden die de nieuwe stijl hier verspreidden, de theoretische basis ervoor werd geleverd door de schilder Gérard de Lairesse (1640-1711), die, nadat hij rond 1690 blind was geworden, theorielessen ging geven over de schilderkunst. Deze verhandelingen zijn in 1707 uitgegeven onder de titel Groot Schilderboeck. Het bevat niet alleen beschouwingen over compositie en kleurgebruik, maar ook over de verschillende genres. Zo is boek 12 gewijd aan het bloemstilleven.

Afb. 1.
Caspar Peter Verbruggen, Bloemstilleven met antieke vaas met een voorstelling van Hercules en Cacus, ca. 1690/1700. Olieverf op doek. Paleis Het Loo Nationaal Museum Apeldoorn, inv.nr. RL1092

De collectie van Paleis Het Loo bevat een paar mooie bloemstukken in de classicistische stijl, namelijk die van Gaspar Peter Verbruggen II (1664-1730, afb. 1) en Johannes Lotijn (werkzaam 1686-1700, afb. 2). Over het leven van Johannes Lotijn is niet veel bekend, maar het vermoeden bestaat dat hij uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig was dan wel zijn leertijd in Antwerpen doorbracht. Verbruggen was geboren en getogen in Antwerpen, waar hij het vak van bloemenschilder leerde bij zijn gelijknamige vader. Beide schilders omarmden de nieuwe Franse hofstijl, in welk verband het belangrijk is de naam van de beroemde bloemenschilder Jean Baptiste Monnoyer (1636-1699) te noemen.  Monnoyer, geboren in Lille, kreeg zijn opleiding eveneens in Antwerpen, maar vertrok al snel naar Parijs, waar hij o.a. ontwerpen maakte voor de Manufacture des Gobelins.  Voor het paleis in Versailles schilderde hij niet minder dan 60 bloemstukken. Na 1685 maakte Monnoyer, een protestant, de oversteek naar Engeland, waar hij in de gunst van koningin Mary kwam. Bloemstillevens van zijn hand bevonden zich dan ook in Kensington Palace en Hampton Court. Ook Johannes Lotijn volgde Willem en Mary naar Engeland en daar zal hij Monnoyer en zijn werk hebben leren kennen.

Na 1685 maakte Monnoyer, een protestant, de oversteek naar Engeland, waar hij in de gunst van koningin Mary kwam. Bloemstillevens van zijn hand bevonden zich dan ook in Kensington Palace en Hampton Court. Ook Johannes Lotijn volgde Willem en Mary naar Engeland en daar zal hij Monnoyer en zijn werk hebben leren kennen.

De bloemstukken uit deze tijd kenmerken zich door uitbundige boeketten, die allemaal in volle bloei staan. Er zijn bloemen uit diverse jaargetijden in verwerkt, zo zien we tulpen en narcissen naast koolrozen, hibiscus en andere zomerbloemen, zoals de amaranthus en de blauwe prinsenbloem. Elke verwijzing naar verval ontbreekt, wel zijn er verwijzingen naar de klassieke oudheid in de vorm van een antiek vormgegeven vaas of pot, veelal met decoraties in reliëf van een mythologisch tafereel. Nieuw is ook dat deze bloemstukken geplaatst zijn tegen een lichte achtergrond, als dan niet met architectonische elementen, waardoor zij aansloten bij hun omgeving. Nieuw is ook het guirlande motief, zoals te zien is op het schilderij van Verbruggen, waar een bloemenslinger zich om een klassieke vaas windt.

Het hier besproken bloemstuk van Verbruggen kon in 1984 door Paleis Het Loo verworven worden. Blijkens een aantekening op de achterzijde stamt het uit het bezit van koning-stadhouder. Het is waarschijnlijk identiek met het stuk dat bij de bouw van het paleis op de schoorsteen van de slaapkamer van Willem III werd geplaatst, waar het nu weer te zien is.

Afb. 2
Johannes
Lotijn, Bloemstilleven met antieke vaas, ca. 1690/’95. Olieverf op doek. Paleis Het Loo Nationaal Museum, inv.nr. T72

De bloemenvaas van Johannes Lotijn kon in 2005 door het Loo worden aangekocht. Dit stuk heeft een bijzondere betekenis voor ons, omdat Lotijn aangeduid wordt als ‘Sijner Majts Blomschilder’. Hoewel uit oude boedelinventarissen bekend was dat Lotijn een aantal bloemstukken voor Het Loo had geleverd, was er geen werk van hem bekend. Aan de hand van één gesigneerd stuk dat in 1994 in Wenen werd geveild, bleek het echter mogelijk een gedeelte van zijn oeuvre te reconstrueren. Zo konden op Het Loo onder meer de bovendeurstukken in de Nieuwe Eetzaal en het bloemwerk in het plafond van de Audiëntiezaal en in de wandschilderingen van de staatsietrap op zijn naam worden gesteld. Het hier besproken bloemstuk, dat gerestaureerd is door de SRAL in Maastricht (evenals het bloemstuk van Verbruggen overigens) straalt nu weer in volle glorie in het kabinet van Koningin Mary.

Deze uitbundige en kleurrijke bloemstillevens passen goed bij de feestelijke sfeer rond de heropening van Paleis Het Loo en zijn fraaie voorbeelden van de schilderkunst uit de tijd van Willem en Mary.

Voor wie meer wil lezen: In het Jaarboek Oranje-Nassau Museum 2012 publiceerde ik een artikel over Johannes Lotijn ‘Sijner Maj (ts) Blomschilder’, waarin alle thans bekende gegevens over deze schilder zijn verwerkt.

Marieke Spliethoff, oud-conservator Paleis Het Loo Nationaal Museum, maart 2022

TOP