Rubriek Weetjes

Vanaf 1 januari 2018 door mevrouw drs. M.E. (Marieke) Spliethoff. Na 4 jaar interessante wetenswaardigheden te hebben geschreven in de rubriek “Weetjes”, is vanaf 1 januari 2018 het stokje bij de heer dr. P.H. (Paul) Rem, conservator bij Paleis Het Loo, overgenomen door mevrouw drs. M.E. (Marieke) Spliethoff, oud-conservator van Paleis Het Loo. De eerdere Weetjes van de heer Paul Rem blijven zichtbaar zodat u ze nog kunt nalezen. In de rubriek “Weetjes” verschijnt iedere 3 maanden een interessante wetenswaardigheid over Paleis Het Loo of het Koninklijk Huis.

Laatste Weetje - oktober 2021

Marieke Spliethoff

Weetje

Prinses Carolina en haar Franse portrettisten

Prinses Carolina (1743-1787) is een van de onbekendste leden van het Huis van Oranje, maar tevens een van de sympathiekste. Zij werd in Leeuwarden geboren op 28 februari 1743, toen haar ouders, prins Willem IV en de Engelse koningsdochter Anna van Hannover al negen jaar getrouwd waren. Zij werd genoemd naar haar grootmoeder, de Engelse Queen Caroline. Jarenlang bleef Carolina enig kind en daarom werd in 1747, toen haar vader erfstadhouder der Verenigde Provinciën werd, het stadhouderschap ook erfelijk in de vrouwelijke lijn verklaard. Ook na 1748, toen haar broertje Willem V geboren was, werd Carolina nog beschouwd als de troonopvolgster. Pas nadat haar broer getrouwd was en er een kind op komst was, verhuisde Carolina in 1769 met haar gezin naar Duitsland.

Afb. 1. Pierre Frédéric de la Croix, Portret van prinses Carolina van Oranje Pastel op papier, gesigneerd en gedateerd 1754 (rechtsmidden)
Paleis Het Loo, Apeldoorn (Bruikleen Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau, aankoop 1996)

Toen zij ongeveer twaalf jaar oud was, leerde Carolina vorst Karel Christiaan van Nassau-Weilburg kennen, het hoofd van de Duitse tak van het Huis Nassau en direct wist zij, dat dit de man was met wie zij wilde trouwen. En zo gebeurde het ook. In 1760 trad zij met hem in het huwelijk in de Grote Kerk in Den Haag. Het jonge paar bleef in Den Haag wonen, waar zij begonnen met de bouw van een groot paleis, waarvan maar één vleugel voltooid werd: de huidige Koninklijke Schouwburg aan het Lange Voorhout. Haar man was militair en bekleedde diverse functies in het Staatse leger. Prinses Carolina was bijzonder muzikaal, zij had een mooie zangstem en speelde goed piano. Daarom nodigde zij in 1765 het gezin Mozart uit om voor het hof te komen optreden. In Den Haag componeerde de jonge Wolfgang (hij was pas negen jaar oud!) enkele stukken die hij aan Carolina opdroeg. Dit waren onder meer de aria Conservati Fedele (KV23) en variaties op het Wilhelmus (KV25).

Omdat prinses Carolina zo’n belangrijke plaats in de Oranje dynastie innam, is het niet verwonderlijk, dat zij, vooral in haar jeugd, talloze malen is geportretteerd en opvallend genoeg, bijna altijd door Franse kunstenaars. We moeten niet vergeten dat in die tijd, midden 18de eeuw, Frankrijk het modeland bij uitstek was: men sprak Frans (of wat daarvoor doorging), men kleedde zich naar de Franse mode en volgde ook anderszins de Franse smaak na. Sommige Franse portrettisten maakten daar handig gebruik van door rond te reizen door Nederland. Hun aanwezigheid maakten zij door advertenties in de krant kenbaar. Ook vonden zij hun klanten door mond-op-mond reclame. Deze kunstenaars werkten veelal met pastelkrijt, een techniek waarmee snel resultaat te behalen viel (krijt hoefde niet te drogen!).
De eerste keer dat Carolina door zo’n rondreizende Franse pastellist werd geportretteerd was in 1754, toen zij poseerde voor Pierre François de la Croix (1709-1782). De prinses was toen 11 jaar oud en het is direct duidelijk dat we hier niet met een gewoon meisje te maken hebben. Zij is hier overeenkomstig haar stand gepresenteerd met een diamanten hoofdsieraad en diamanten oorhangers, als de aantrekkelijke huwelijkspartij die zij weldra zou zijn.
De la Croix, die overigens doofstom was, was niet een heel begenadigd kunstenaar, maar hij bouwde een aanzienlijk oeuvre aan portretten op die door hun specifieke stijl gemakkelijk te herkennen zijn.
Twee jaar later in 1756 werden prinses Carolina en prins Willem V geportretteerd door een van de bekendste en meest veelzijdige kunstenaars van die tijd: Jean-Etienne Liotard (1702-1789). Liotard was afkomstig uit Geneve en na zijn leertijd in Parijs begaf hij zich naar Constantinopel, waar hij veel succes had met zijn virtuoze portretten en genretaferelen, onder meer uit de harem van de sultan. Toen hij daarna door Europa reisde had hij zich een Turkse ‘look’ aangemeten en werd hij le peintre Turc genoemd.

Afb.2. T.P.C. Haag naar Jean Etienne Liotard, Portret van prinses Carolina van Oranje Olieverf op doek, gesigneerd en gedateerd 1757 (linksonder) naar het origineel uit 1756
Paleis Het Loo, Apeldoorn (aankoop 2003)

Hij maakte furore aan alle vorstenhoven en in 1755 arriveerde hij voor de eerste keer in Den Haag met een aanbevelingsbrief van de latere Engelse koning George III op zak. In Willem Bentinck vond Liotard een belangrijke beschermheer en de eerste exemplaren van zijn portretten van de stadhouderskinderen waren dan ook voor hem bestemd. Deze waren uitgevoerd in pastelkrijt. Op het eind van de Tweede Wereldoorlog zijn deze op Kasteel Nederhemert verbrand.
Carolina draagt een witte japon die met bloemen geborduurd is. Dezelfde bloemen zien we terug in het boeketje dat boven op haar mutsje bevestigd is. We kunnen aannemen dat deze portretten goed geleken hebben: prinses Carolina is weergegeven als het forse meisje dat zij was; met haar frisse blozende teint was zij echt ‘Hollands welvaren’.
Aan het hof was men zo ingenomen met deze twee portretten dat de hofschilder T.P.C. Haag het volgende jaar al de opdracht kreeg er verschillende sets kopieën in olieverf van te maken. Een van deze sets werd in 2003 door Paleis Het Loo aangekocht van een particuliere eigenaar, een directe afstammeling van de burgemeester van Kampen, aan wie Willem V deze portretten oorspronkelijk cadeau gedaan had.
Nog een maal was er een rondreizende Franse kunstenaar die een portret van Carolina maakte. Dat was in 1765, toen Carolina al een getrouwde vrouw was en Jean-Baptiste Perronneau (1715-1783) voor de tweede maal in de Republiek verbleef. Zijn portret van Carolina wordt hier in zwart-wit afgebeeld omdat het zich niet in Paleis Het Loo bevindt, maar in de Groothertogelijke Verzamelingen in Luxemburg. Zelfs zo is het duidelijk dat de losse stijl van Perronneau zich duidelijk onderscheidde van de vaste manier van werken van Liotard. Beide kunstenaars golden in hun tijd als de absolute top. Door hun verschillende werkwijze konden zij goed naast elkaar bestaan.
Prinses Carolina kreeg niet minder dan 15 kinderen, van wie er zeven in hun jongste jeugd overleden. Van haar oudste zoon stamt de huidige Groothertog van Luxemburg af, wiens familienaam dan ook Nassau is. In 1787 overleed prinses Carolina op de leeftijd van slechts 44 jaar.

Afb.3. Jean-Baptiste Perronneau, Portret van prinses Carolina van Oranje, vorstin van Nassau-Weilburg Pastel op papier, gesigneerd en gedateerd 1765
Groothertogelijke verzamelingen, Luxemburg

Marieke Spliethoff, oud-conservator Paleis Het Loo Nationaal Museum, oktober 2021

TOP