Weetje

Koning Willem I: Van Het Loo naar Berlijn

Paleis Het Loo, 7 oktober 1840. Troonsafstand Koning Willem I. Barend Wijnveld (1820-1902). Amsterdam Museum, Amsterdam.

Op woensdag 7 oktober 1840 doet koning Willem I in de grote zaal van Paleis Het Loo afstand van de troon. Hij tekent de Akte van Afstand om 12.00 uur. Daarin verklaart hij onder andere “Dat Wij na langdurig en rijp beraad, geheel vrijwillig en uit eigen beweging, buiten iemands raad of aanzoek, van dit oogenblik af, onherroepelijk afstand doen”.
Daarmee komt voorlopig een einde aan een periode van politieke en maatschappelijke onrust. Willem kan zich niet vinden in de in voorbereiding zijnde nieuwe grondwet. Verder is hij van plan in het huwelijk te treden met de Belgische gravin Henriette d’Oultremont. Zijn echtgenote koningin Wilhelmina is in 1837 overleden en Willem vindt dat hij evenals iedere andere Nederlander het recht heeft een nieuw huwelijk aan te gaan. Het feit dat Henriette in tegenstelling tot de Oranjes rooms-katholiek is, leidt bij het protestantse deel van de bevolking tot veel ophef. Verder is ze niet van koninklijke bloede en is haar Belgische afkomst een nadelig punt. De Belgische opstand ligt immers nog vers in het geheugen. De weerstand tegen het huwelijk is ook binnen de koninklijke familie zo groot, dat het aanvankelijk voor augustus 1839 en later voor mei 1840 geplande huwelijk wordt uitgesteld.

Naar Berlijn
Na zijn troonsafstand vertrekt Willem naar Berlijn. Hier vestigt hij zich in zijn paleis aan de boulevard Unter den Linden. Dit later als ‘Niederländisches Palais’ bekendstaande gebouw heeft hij in 1803 gekocht. Hij verbleef toen in ballingschap in Berlijn tijdens de Franse bezetting der Nederlanden. Na zijn troonsafstand noemt hij zich voortaan “koning Willem Frederik, graaf Van Nassau”. In Berlijn zet hij zijn plan door met Henriette d’Oultremont in het huwelijk te treden. Vooruitlopend daarop vindt een omvangrijke verbouwing van het paleis plaats. In die periode woont Willem tijdelijk bij zijn dochter prinses Marianne. Zij woont eveneens in Berlijn en is getrouwd met prins Albrecht (‘Albert’) van Pruisen. Hij is de jongste broer van de latere keizer Wilhelm I van Duitsland.

Niederländisches Palais, Berlijn (circa 1885). Hermann Rückwardt (1845-1919). Rijksmuseum, Amsterdam.

Op 17 februari 1841 trouwen Willem en Henriette. Eerst zegent de protestantse predikant Molière van de ‘Eglise Française de Berlin’ het huwelijk in. Vervolgens vindt door pastoor Brinkmann van de Hedwigskirche de inzegening volgens de room-katholieke traditie plaats. De Nederlandse regering en koning Willem II weigeren echter het huwelijk te erkennen. Na veel politiek geharrewar wordt het huwelijk pas op 2 oktober 1841 bij de Burgerlijke Stand in Den Haag geregistreerd. Direct daarna besluit Willem om met Henriette naar Nederland te reizen. Op 10 oktober 1841 arriveren ze op Het Loo.

De ‘Marmorsaal‘ in het Niederländisches Palais (1920). Königlich Preußische Messbild-Anstalt. Architekturmuseum der Technischen Universität Berlin.

In Apeldoorn worden ze onthaald met erewacht, vlaggen en saluutschoten. Willem II reageert verbolgen. Van doorreizen naar Den Haag kan geen sprake zijn. Meer dan een ontmoeting op Het Loo zit er niet in. Eind november 1841 vertrekken Willem en Henriette weer naar Berlijn. Pas op 31 mei 1842 komt het tot een verzoening als vader en zoon elkaar op Soestdijk ontmoeten. Daarna volgen bezoeken van Willem en Henriette aan Utrecht, Leiden en Den Haag alvorens ze weer naar de Pruisische hoofdstad terugreizen. Na dit bezoek komen Willem en Henriette vaker naar Nederland. Ze verblijven dan in Den Haag of op Het Loo. Het laatste bezoek vindt plaats in oktober en november 1843. Op 7 november vertrekken Willem en Henriette naar Berlijn. Hier aangekomen beginnen ze aan de voorbereidingen voor een reis naar Rome waar prinses Marianne in die periode verblijft. Daar komt het echter niet meer van. Op 12 december begint Willem in zijn studeerkamer in het Niederländische Palais aan een brief aan Marianne als hij plotseling in elkaar zakt en aan de gevolgen van een beroerte overlijdt.

De laatste reis
Het Pruisische hof kondigt twee dagen na het overlijden van Willem een rouwperiode van vier weken af. Het Niederländische Palais wordt afgesloten, verzegeld en in gereedheid gebracht voor de uitvaart. De wanden van alle vertrekken worden met zwart fluweel bekleed. Op 22 december 1843 begint ’s avonds om half zeven in de Marmorsaal de afscheidsplechtigheid. Deze wordt geleid door dr. Friedrich Ehrenberg, de opperhofprediker van het Pruisische hof, terzijde gestaan door de hofpredikers dr. Theremin en dr. Strauß. Aanwezig zijn gravin Henriette d’Oultremont, koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen, koningin Elisabeth van Pruisen, de prinsen en prinsessen van Pruisen, prins Frederik der Nederlanden (de tweede zoon van Willem) met zijn vrouw Louise en nog een groot aantal diplomaten en vertegenwoordigers van bevriende vorstenhuizen.

Uitvaartstoet van koning Willem I voor het Niederländische Palais op de Unter den Linden in Berlijn, 22 december 1843 (detail). Lithografie: Paul Sigmund Habelmann (1823-1890). Rijksmuseum, Amsterdam.

’s Avonds om tien uur vertrekt de door acht paarden getrokken koninklijke Pruisische lijkkoets vanaf het Niederländische Palais. Onder het luiden van de kerkklokken begeeft de stoet zich met een militair ere-escorte naar de binnenhaven van Berlijn. Vandaar brengt het stoomschip Prinz Albrecht von Preußen de kist met het lichaam van Willem naar de haven van Hamburg. Het raderstoomschip Cerberus van de Koninklijke Marine neemt daar de droeve lading over. Na een reis met hindernissen komt de Cerberus op 29 december op de Rijkswerf in Rotterdam aan. Op 2 januari 1844 vindt de bijzetting plaats in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk in Delft. De officiële herdenkingsdienst vindt op zondag 7 januari plaats in de Kloosterkerk in Den Haag. Hofprediker Isaäc Johannes Dermout spreekt hier een ‘kerkelijke rede’ uit waarin hij terugkijkt op het leven van de eerste koning der Nederlanden. Een leven waarin Het Loo en Berlijn een prominente plaats innemen.

Het einde van het Niederländische Palais
In de Tweede Wereldoorlog raakt het Niederländische Palais zwaar beschadigd. In de 1960er jaren worden de laatste resten van de ruïne van het paleis afgebroken. Tegenwoordig staat op deze plaats op het adres Unter den Linden 11 een reconstructie van het Gouverneurshaus dat vroeger naast het ‘Rode Raadhuis’ van Berlijn stond.
Aan de vroegere koninklijke bewoners van het Niederländische Palais herinnert aanvankelijk niets meer. Dat verandert als op 1 oktober 2014 aan de gevel van het Gouverneurshaus een officiële Berliner Gedenktafel voor koning Willem I wordt onthuld. De onthulling gebeurt in het kader van de viering van 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden. De datum 1 oktober is gekozen omdat Willem I (toen nog erfprins) op 1 oktober 1791 in het koninklijk paleis in Berlijn in het huwelijk trad met prinses Wilhelmina van Pruisen. De Berliner Gedenktafel herinnert eraan dat Willem I hier woonde en op 12 december 1843 overleed.

Berliner Gedenktafel op Unter den Linden 11 in Berlijn. Historische Kommission zu Berlin. Königliche Porzellan-Manufaktur Berlin. Foto: Nils Wiemer Wiemers.

Literatuur:

  • Koch, Jeroen, Koning Willem I. 1772-1843. Amsterdam 2013.
  • Hakkenberg, David, Koninklijk afscheid. Apeldoorn 2019.
  • Assche, Mathias; Uhlitz, Manfred; Pöthe-Elevi, Zitha; Hakkenberg, David: Schnurbus, Marc, Die Oranier in Berlin. Berlijn 2020.

David Hakkenberg, juli 2024

Eerdere weetjes...

TOP